|
Meer over Spoor Nul Mail ons: Deze bladzijde is bijgewerkt in juli 2010.
|
Het Eiland Waan![]() In 2010 wordt gebouwd aan een nieuwe versie van het schaduwstation aan de achterzijde. Fotoreportage
Nieuw boek over de Manx Electric & Snaefell trams:
![]() door R. Winter, 180 pagina's met veel foto's, alles in kleur. Materieeltekeningen. Details in de literatuurlijst. De modelbaan 'Het Eiland Waan' toont een interlokaal elektrisch trambedrijf in schaal nul, 1:43½. Deze pagina vertelt alles over die modelbaan, het idee erachter, en de ontwikkelingen. Not the Manx Electric Railway?De modelbaan is geïnspireerd op het trambedrijf op het eiland Man (Isle of Man) in de Ierse Zee. Landschapselementen, railvoertuigen, gebouwen, e.d. zijn ontleend aan dat eiland. Maar de modelbaan is uitdrukkelijk geen exacte weergave van het Isle of Man, of van de Manx Electric Railway. Niet gebruikelijk bij modelspoorbanen, maar wel bij sommige modeltrambanen: de trams krijgen consequent hun elektrische voeding uit de bovenleiding, net als bij de echte tram. Beide spoorstaven vormen samen de retourleiding. De spoorwijdte is 22,5 mm; dat is meterspoor in schaal 0 (waarvan de standaardspoorwijdte 32 mm is).
Hoe is deze modelbaan ontstaan?De fictie: het Eiland Waan
Midden in de Noordzee, precies tussen Engeland en Nederland, ligt het eiland Waan. Het eiland was 10.000 jaar geleden een rotsachtige heuvel in de laagvlakte van Doggerland, dat sindsdien onder het stijgende zeewater is verdwenen. Sommige veerdiensten tussen Hoek van Holland en Harwich maakten tot midden jaren '50 een tussenstop in de havenplaats Maxtowe, aan de zuidoostkant van Waan. Tegenwoordig doen de schepen het eiland niet meer aan. Misschien is het daarom relatief onbekend bij de hedendaagse spoorwegliefhebber. Dat is jammer, want het onafhankelijke eiland gaat prat op een boeiend en eigenzinnig smalspoorbedrijf, de Electrische Spoorweg-Maatschappij ESM. Met veel kunst- en vliegwerk is vanaf 1896 een smalspoorbedrijf in stand gehouden dat kenmerken in zich verenigt van Britse en Nederlandse spoorwegpraktijken, en dat het midden houdt tussen een spoorbedrijf en een trambedrijf. Omdat het eiland niet al te welvarend was, werd het rollend materieel vaak tweedehands overgenomen van bedrijven overzee. Meestal moest het dan nog verbouwd worden voordat het in dienst kwam. Zo zijn er twee tweeassers gekocht in Den Haag (een ombouwer en een 250'er), die uiteraard eerst voorzien moesten worden van een smalsporige truck. Bij de materieelfabriek Birkenhead in Engeland kon tegen een schappelijk bedrag de hand worden gelegd op een vierassig motorrijtuig dat besteld was door een Engels trambedrijf dat failliet ging voordat het rijtuig afgeleverd was. Hier bestond de ombouw slechts uit de vervanging van de trolleystang door een sleepbeugel.
Het net is eenvoudig van opzet. In Port Ehgl, de hoofdstad van het eiland, bevindt zich de remise, vlakbij het beginstation. Daarvandaan klimt de lijn langs de rotsachtige zuidkust omhoog. Het volgende station is de haven Maxtowe, gelegen in het oosten, aan de Nederlandse kant van het eiland. Vanuit Maxtowe buigt de lijn af naar het westen en bereikt dan de fraaie hooggelegen plaats Mount Felix, nog altijd een toeristische trekpleister. Een andere lijn loopt vanaf Maxtowe naar het noorden.
Het bedrijf is ontsproten aan het brein van de visionaire kolonel Keef Roberts, die belangen had in tal van spoorwegmaatschappijtjes in Europa. Hij was ook betrokken bij de Duits-Belgisch-Nederlandse F.R.E.M.-Onderneming, de Bekkerlandse Spoor- en Tramwegen in de regio Utrecht en de Reisweicker Fussboden Kreisbahn. Hoe zeer hij zich ook inzette voor zijn spoorbedrijven, rijk is de kolonel er nooit van geworden. De ESM weet zich loyaal gesteund door de eilandbevolking. Na een financieel sombere periode, waarin het spoorvervoer ten onder dreigde te gaan, heeft de regering van het eiland in 1956 ingegrepen en het bedrijf genationaliseerd. Het wegennet is er niet omvangrijk, en mede gelet op de toeristische aantrekkingskracht van de Rode Tram is de ESM tot technisch monument van nationaal belang verklaard. Daardoor is het voortbestaan op langere termijn veilig gesteld. Als staatsbedrijf is de ESM bovendien een belangrijke werkgever en vervult als zodanig ook een sociale functie. Vandaar de in onze ogen soms royale personeelsbezetting. De Vrienden van de ESM voeren actief propaganda voor de tram, en zijn ook verantwoordelijk voor de marketing en publiciteit. De feiten: Waan als modelbaanAangezien ik als modelbouwer, eerst in h0, later in 0, jarenlang niet kon kiezen tussen tram en trein, tussen Engeland en Nederland, tussen realiteit en fictie, heb ik in juli 1996 de knoop maar eens doorgehakt. Misschien kan ik beter zeggen: ik heb de Gordiaanse knoop als gegeven aanvaard, en ervoor gekozen om al mijn interesses en voorkeuren te verenigen in een fictief voorbeeld. Het nauwgezet nabootsen van bestaande voorbeelden is op zich respectabel, maar ik ben het in de loop der jaren steeds meer als beperkend gaan ervaren. Het stichten van een fictief bedrijf is geen originele gedachte, maar het biedt de creativiteit en de fantasie veel ruimte. De uitdaging blijft hetzelfde: creëer een overtuigend, consistent en plausibel modelspoorbedrijf. De remiseloodsen gezien vanuit een ongewone hoek, met het nieuwe materieel van 2007: vooraan bakwagen 21, de ladderwagen met monteur. Daarachter de kolentram, No. 7 'Maria' van de Snaefell Mountain Railway. Links in de loods is de kop van het kabeltramrijtuig te zien.
![]() Rond 1990 ben ik definitief overgestapt van h0 naar 0, een ideale schaal voor spoorwegmodelbouw (1:45, maar het Eiland Waan is in de Britse variant gehouden: 1:43½). Zelfbouw in 0 levert al gauw resultaat op, en er is van alles mogelijk, zoals het nabouwen van een functionele bovenleiding - een van mijn interesses. Details die in h0 met veel inspanning zijn aangebracht, zijn van enige afstand al niet meer te zien, waardoor h0- modellen op tentoonstellingen waar de modelbaan van achter een dranghek wordt bekeken, al gauw weinig indrukwekkend zijn. Tramwegmaatschappijen zijn een ander belangstellingsgebied. De ESM is een smalspoorbedrijf omdat ik smalspoor zo leuk vind, en omdat er bij zulke bedrijfjes altijd meer lijkt te kunnen dan bij het zeer serieuze normaalspoor, zowel qua sporenplan als qua materieelpark. Model railroading is fun, Erlaubt ist was gefällt, Agge maar leut het - het moet tenslotte een hobby blijven waaraan je plezier beleeft, niet een hobby die je een keurslijf oplegt, met alle stress en frustraties van dien. SmalspoorDe ESM is een smalspoorbedrijf. In eerste instantie had ik gekozen voor 0e: smalspoor in schaal 1:45, uitgebeeld door gebruik te maken van een spoorwijdte van 16,5 mm. De voordelen daarvan waren evident: ruime verkrijgbaarheid van railmateriaal (Peco), aandrijvingsunits voor het rollend materieel op basis van h0-loks, beschikbaarheid van grootseriematerieel (Fleischmann Magic Train) als uitgangspunt voor verbouwingen, bouwsets voor goederenmaterieel uit Engeland, enz. Maar nadat ik een eerste module met 0e-spoor had gebouwd, was ik niet tevreden over het resultaat. In verhouding tot het rollend materieel dat ik reeds bezat, oogde de spoorwijdte te smal. Bovendien bekroop me bij het leggen van de sporen het gevoel dat ik 'weer met h0' bezig was, in plaats van 0. En vooral: de trambedrijven waardoor ik me laat inspireren, gebruiken spoorwijdten van 3 voet (90 cm; Manx Electric Railway) of 1 meter (NZH). De conclusie was duidelijk: het moest meterspoor in schaal 0 worden, modelspoorwijdte 22,5 mm. Met als nadelen dat rails slechts mondjesmaat verkrijgbaar zijn (Roco Alpin Line) of zelf gemaakt moeten worden, en dat je niet makkelijk van h0-aandrijvingen gebruik kunt maken. Dat laatste valt echter mee: in veel gevallen kun je de assen simpelweg vervangen door langere. De consequentie van dit alles was, dat de eerste module geheel omgespoord werd van 0e naar 0m, wat bij nauwkeurige beschouwing nog te zien is. Het resultaat stemde me echter zeer tevreden: het spoor is duidelijk anders dan h0; het materieel ligt stabieler op de baan dan bij 0e, en de proporties kloppen met die van de voertuigen. En het is duidelijk 0. Sporenplan; bovenleidingHet sporenplan heeft als hoofdelementen het eindstation, de remise en een stukje dubbelsporige vrije baan. Buiten beeld komt de vrije dubbelsporige baan uit in een enkelspoor. De depotsporen van de driesporige loods komen, lopen dood tegen de achtergrondplaat. Vanwege de ervaring dat tentoonstellingsbezoekers graag iets zien bewegen op de rails is het onzichtbare kopeindpunt verbonden met het eindstation, zodat een rondlopende baan ontstaat waarop zo nodig trams kunnen rijden. Maar bij voorkeur rijden we, net als in het echt, heen en weer; van fiddle-yard naar eindstation en terug. Alle tractievoertuigen worden elektrisch gevoed vanuit de bovenleiding. TopografieHet landschap en de topografie zijn geënt op het eiland Man. De ligging van het eindstation op de boulevard, vlak bij het beginstation van de paardentram, is ontleend aan de situatie in de hoofdstad Douglas; de aansluiting en opzet van het remiseterrein is een weergave van Derby Castle Depot. De omhoog lopende hoofdbaan, tenslotte, is het begin van het traject naar Groudle Glen. Dat we daarmee een rotsachtig eiland gecreëerd hebben in het midden van de Noordzee, waar een vlak zandeiland meer voor de hand ligt, is een van die grensverleggende ideeën die nu eenmaal zijn toegestaan in de freelance-modelbouwerij. Het vlakke Nederlandse landschap zien we, wat mij betreft, al vaak genoeg. foto: Het nog wat kale eindpunt op de boulevard van Port Ehgl, met gesloten goederenwagen G1 en bakwagen C8.
Ook de kleurstelling van het rollend materieel is ontleend aan Man. Evenals bij de Manx Electric Railway is rood een van de hoofdkleuren, in combinatie met wit of crèmegeel. Om het bedrijf visueel tot een eenheid te maken, wordt deze uitmonstering consequent doorgevoerd bij al het materieel.
De nog altijd in gebruik zijnde motorrijtuigen op het eiland Man wisselen regelmatig van kleur. De beschildering die ze dragen, is altijd een historische uitmonstering. De 2 reed een tijdje rond met NZH-kleurige balkonschermen. Foto: www.strab.net.
Omdat er van de vroegste periode van de MER alleen zwart-witfoto's zijn, en geen ooggetuigen meer, is het niet zeker, maar: mogelijk waren de eerste motorrijtuigen niet rood, maar... donkerblauw. Dat zou het dan mogelijk maken om een blauwe (NZH-)tram op Waan te laten rijden zonder de geschiedenis geweld aan te doen. De volgende alinea, die ik schreef voordat ik wist van het mogelijke blauw van de oer-MER, is dan overbodig: "Zelfs als de ESM ooit een tram naar NZH-voorbeeld zou laten rijden, dan werd hij niet blauw, maar rood met wit. De puristen grijpen nu vertwijfeld naar hun hoofd, maar ook zij kennen de blauw-witte NZH-trams vooral van zwartwit-foto's en -films." Behalve dat de naam van het bedrijf, ESM, de geografische locatie in het midden laat, is het ook een regelrechte verwijzing naar een van de voorlopers van de NZH. Ondanks het woord spoorweg in de naam, heeft het bedrijf een echt tramkarakter - net als de Manx Electric Railway. TreinsamenstellingenNaar goed tramgebruik wordt er gereden met korte samenstellingen, variërend van losse motorwagens tot motorwagen+ bijwagen+goederenwagen. Ook andere driewagencombinaties verschijnen wel eens op de baan. Lijnnummers kent het bedrijf niet. foto: Kadee-koppeling #26 in actie.
Het prille begin. De remise van de ESM in het bouwstadium
Er zijn nog meer fictieve trambedrijven!
|
WaanLog
Het Eiland Waan |
home · links: clubs, groepen, verenigingen · links: producten, winkels, handel, industrie |
||