Waan Home
Materieel/Stock
Shows
Infra/Tech/Scenic
Manx Electric 1:1

Meer over Spoor Nul

Mail ons:
Rob Kievit

logo Waan

 

Infrastructuur en techniek

Op deze pagina:

  • hoe de onderbouw van de modelbaan in elkaar zit.
  • Hoe de bovenleiding is gebouwd.
  • Het aanleggen van sporen.
  • Landschap
  • Gebouwen
  • Onderbouw

    De modelbaan is modulair opgezet, vooral om hem makkelijk te kunnen vervoeren. Bovendien is het geheel dan opgedeeld in segmenten die binnen een redelijke termijn te bouwen zijn. Zo blijft het allemaal te overzien. Er zijn twee modulen van 80x80 cm, twee van 120x40 en twee van 140x20. Doordat ze gebouwd zijn uit 9mm multiplex en 3mm triplex blijft hun gewicht binnen de perken. Gemeten vanaf de vloer bevindt het eindstation zich op 130 cm hoogte; voorbij de remise loopt het tracé enige centimeters omhoog.

    Omdat de baan vooral als tentoonstellingsbaan is ontworpen, is hij voorzien van een verticale achtergrondplaat en aan de voorzijde een fries, vlak boven ooghoogte, zodat de toeschouwer een diorama-effect beleeft. Achter de fries zitten drie 18 Watt TL-buizen (kleur 83/29). De ruimte onder de baan wordt uiteraard aan het zicht onttrokken door een gordijn. De totale afmetingen zijn bescheiden: 3,20 m x 1,20 m.

    Remiseterrein in vogelvlucht, met fries, achtergrond en gordijn tot de vloer

    Remise Waan, met rijtuig B49 en loc IoMR

     

    Bovenleiding

    Alle tractievoertuigen worden elektrisch gevoed vanuit de bovenleiding. Slechts de sporen 1 en 2 zijn omschakelbaar naar tweerailvoeding, als "overgavesporen" ingeval aan de linkerzijde tweerailmodulen worden aangesloten. Er is gekozen voor beugelstroomafnemers, omdat bij dat systeem de aanleg van de bovenleiding minder kritisch is dan bij een trolleysysteem. Bovendien had ik al twee pantografen gebouwd.

    Overigens is de Manx Electric Railway ook ooit begonnen met beugelstroomafnemers, maar al na enkele jaren ging men daar over op trolleystangen, en dat is zo gebleven.

    De bovenleiding is afgespannen en zoveel mogelijk 'volgens de regels' opgehangen:

    • er zitten geen bochten in,
    • de zijwaartse uithouders kunnen in het horizontale vlak meebewegen,
    • boven een wissel naderen de rijdraden elkaar zoals gebruikelijk bij trambovenleiding,
    • de twee uiteinden van de rijdraad eindigen elk bij een paal - niet zomaar aan een andere rijdraad vastgeknoopt.

    De bovenleidingmasten zijn groen en genummerd. Ze zijn gebouwd van messing buis en staaf.

    Bovenleidingsmast met twee uithouders. Op de achtergrond een tijdelijke afspanmast (die de bovenleiding overigens nog niet genoeg straktrekt...). De masten zijn nog niet geschilderd, en het zelfgebouwde spoor op pertinax-dwarsliggers is nog niet geballast.

    Bovenleidingsmast en 0m-spoor

    Ervaringen

    De zelfgebouwde bovenleiding op het Eiland Waan is van fosforbronsdraad 0,25 mm (te krijgen o.a. bij Eileen's Emporium - 7,5 meter voor 2 pond 50 - gegevens d.d. 2011).

    De modelbaan in delen te demonteren waarbij ieder stuk z'n eigen bovenleiding heeft. Dat levert nogal wat uitdagingen op, maar het werkt al tijden uitstekend, en er is nog nimmer een stroomafnemer gesneuveld.

    Een paar factoren voor het succes zijn:
    • de bovenleiding moet afgespannen zijn: iedere rijdraad heeft twee uiteinden, en er is minstens één uiteinde (liefst beide) met een veer bevestigd aan een paal of ander vast punt. Aan fosforbronsdraad kun je heel hard trekken.
    • de bovenvlakken van de sleepstukken hebben afgeronde zijden. Ik bedoel de zijden die haaks op de rijdraad staan. Dat verkleint het haak-gevaar ook weer. Al naar gelang van het pantograafmodel bestaan sommige sleepstukken bij mij uit 1,5mm roodkoperdraad - dat heeft per definitie afgeronde 'zijden' haaks op de rijdraad.
    • de opwaartse druk van de pantograaf is tot het minimum teruggebracht. Vooral beugels van Zwitsers fabrikaat drukken soms idioot sterk tegen de bovenleiding, wat de kans op blijven haken ook weer vergroot. Soms zitten er vier spiraalveertjes in de onderschaar van de panto - maak er maar drie los, want ééntje is genoeg. Samen met de eventuele veertjes bovenin, die het schuitje horizontaal houden, is er dan voldoende opwaartse druk.
    • vanwege het vorige moet de pantograaf (of de sleepbeugel) volkomen soepel kunnen bewegen. Draaipunten smeren met grafiet.

    Verder heb ik de rijdraad niet direct aan de zijwaartse uithouders gesoldeerd, zoals bij de kleinere schalen gebruikelijk is. Meer op het voorbeeld georienteerd zit er onder iedere zijwaartse uithouder een rijdraadklem die de rijdraad vasthoudt. De vorm van de uit dun messingblad gevouwen rijdraadklem is zodanig dat het sleepstuk er gladjes onderdoor glijdt.

    Als ik dit zo overlees, denk ik dat een paar plaatjes hierbij nuttig zouden zijn.

    Om te beginnen deze, waarop je de 0,25mm dunne rijdraad ziet. En kijkend door de voorste sleepbeugel heen zie je een zijwaartse uithouder die met de rijdraadklem de rijdraad vasthoudt. De tweede draad, die boven de "zijwaartse" loopt, is een trekdraad die rechts buitenbeeld aan een paal zit, en links aan een veer vastzit die de rijdraad strak moet trekken die daar weer aan is bevestigd. De rijdraad hangt boven een zijspoor, dat links buiten de foto begint. (Draad hangt hier slap, omdat de foto is gemaakt op een losse module, waardoor het andere eind van de rijdraad loos in de lucht hing.)

    En hier is een wat oudere foto. Deze situatie is inmiddels verleden tijd, maar er zijn een paar dingen duidelijk te zien hier. Om te beginnen de vorm van de rijdraadklem: op het punt waar het sleepstuk van de beugel eronderdoor gaat, zijn de uiteinden afgeschuind. De rijdraad is hier trouwens nog geen 0,25mm fosforbrons. Verder zie je links de oude, "Sommerfelt"-manier om de rijdraad te bevestigen aan de zijwaartse. (Die lijkt links vast te zitten aan de draagbuis, maar steekt erachter in de lucht.) Het sleepstuk hoeft maar iets naar links of rechts gekanteld te zijn, of het botst tegen de zijwaartse aan, die vlak boven de rijdraad zit. Met een rijdraadklem ertussen is dat gevaar veel kleiner. Aan de mast is het uiteinde van een korte rijdraad gemonteerd die boven een overloopspoor hangt. Het andere einde zit met een veer aan een andere paal. En tenslotte zie je rechts de 'schaats' die recht boven een modulenscheiding zit. Het is een stukje H-profiel met twee gaatjes in het lijf, en aan de onderzijde afgerond. In het ene gaatje zit de rijdraad vastgesoldeerd, in het andere steek je het uiteinde van de rijdraad van de volgende module. Doordat de rijdraad is afgespannen, blijft dit allemaal netjes zitten.

    Overhead details, © Len de Vries

    Sporen

    De sporen op het Eiland Waan hebben een spoorwijdte van 22,5 mm, waarmee meterspoor wordt uitgebeeld. Het spoor is zelfbouw, met nieuwzilverspoorstaven uit h0-flexrails gesoldeerd op pertinax-dwarsliggers van Marcways. Ook de wissels zijn zelf gebouwd.

    In het allereerste bouwstadium werd gebruikgemaakt van in de lengte doorgezaagde h0-rails die met ballastbed en al werden bevestigd op de bodemplaat. Zolang alles verdwijnt onder de bestrating, valt dat niet echt op. Maar voor spoor op eigen bedding was zelfbouw onvermijdelijk. De weinige in de handel verkrijgbare 0m-sporen zijn te zwaar, 'spoors' van uitvoering, en meer geschikt voor het uitbeelden van Zwitserse meterspoorlijnen dan voor een trambedrijf.

     

    Verlenging van remisespoor

    Zoals bij nauwkeurige beschouwing blijkt uit het sporenplan loopt spoor 4 niet helemaal door tot het einde van de loods. Het eindigt voor de modulegrens. Sinds de aanleg ervan, in 1996, is het materieel van de Waanse ESM echter zo toegenomen dat iedere decimeter opstelruimte welkom is. Daarom is eindelijk besloten de ontbrekende 25 centimeter toch aan te leggen.

    Foto 1: de stenen loods. De buitenkant kennen we, maar hoe ziet er van binnen uit?
    Isle of Waan shed

    Foto 2: het te korte spoor. Duidelijk zichtbaar: de oorsprong als doorgezaagd h0-spoor. Ook duidelijk zichtbaar: het houtje-touwtjekarakter van de oorspronkelijke aanleg.
    Isle of Waan shed

    Foto 3: verlengd spoor. De bovenleiding eindigde voor de modulengrens, maar moet nu uiteraard verlengd worden tot aan de achterste mast. Op dit punt liggen nu het oudste (1996) en het nieuwste spoor (2011) tegen elkaar aan. Het verschil in bouwwijze is duidelijk te zien.
    Isle of Waan shed

    Foto 3: het eindresultaat. Dat is toch weer 25 cm opstelruimte erbij. (augustus 2011)
    Isle of Waan shed

    Landschap

    Het grootste deel van het zichtbare terrein wordt omgeven door rotsen, naar het voorbeeld van het eiland Man. Daardoor is er nergens een horizon te zien.

    Het gesteeente bestaat uit smalle stroken polystyreenschuim (piepschuim), rechtopstaand schots en scheef tegen elkaar gelijmd met houtlijm. Die zijn bestreken met getinte Unifill (vulmiddel voor gaten in de muur), waarin met een scherp mesje de gesteeentelaagjes zijn gekerfd terwijl het nog niet helemaal uitgehard was. Relief benadrukt door enkele wassingen met sterk verdunde zwarte latexverf.

    De begroeiing is het aloude IJslands mos, maar ook de bekende Woodlands-foliageproducten. Langs de trambaan groeit gras van uitgerafeld en groengeverfd sisaltouw, en van gebleekte en groengeverfde paardehaar-dekenvezels.

    De asfaltwegen bestaan uit een onderlaag van in profiel geraspt triplex - het oppervlak van een weg is bol, niet plat. Daaroverheen een dikke laag zwartgrijze latex, meteen bestrooid met het fijnste Woodland-scenicskolenstof; latex droogt snel en verliest dan zijn kleefkracht.

    De trottoirs zijn belegd met een nabootsing van Britse 3 x 2 voets-natuurstenen, gesneden uit tekenbord, een ruw en beige getint karton. Op andere plaatsen liggen Nederlandse 25 x 25-cm-stoeptegels gesneden uit het grijze achterkarton van een notitieblok.

    Gebouwen

    In Laxey op het eiland Man staat de Mines Inn, vroeger Mines Tavern geheten. Het is een witgepleisterde pub bestaande uit twee tegen elkaar gebouwde woningen. De trams van de Manx Electric Railway rijden er vlak langs. Zo dicht zelfs dat een deel van de hoek is afgeschuind om te voorkomen dat op hun veren "stampende en slingerende" trams in aanraking komen met de muur. Op de foto van de echte situatie hieronder passeert rijtuig 6; de rijtuigen van de serie 19-22 zijn een tikje breder. Daar weer onder staat een foto van het model.

    Het model van de Mines Tavern is gebouwd van foamboard van 6mm dik, waardoor de dikte van de muren goed kon worden weergegeven. De voorgevel is een kleurenprint op A4 waar alleen de teksten op staan; ook de overige muren zijn met wit papier beplakt. De afschuining van de hoek is ook weergegeven, ook al rijden de trams van Waan op een ruime afstand voorbij.

    terug naar boven

     
    Waan Home
    Materieel/Stock
    Shows
    Infra/Tech/Scenic
    Manx Electric 1:1


    home · links: clubs, groepen, verenigingen · links: producten, winkels, handel, industrie

    terug naar boven